ECLI:NL:RVS:2018:1337
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Helder
- J. Kramer
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vergunning wijziging veehouderij op grond van Natuurbeschermingswet 1998 afgewezen
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 27 september 2016 een vergunning voor de wijziging van een veehouderij aan een locatie in Diessen, op grond van de artikelen 16 en 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998). Appellanten, wonend nabij de locatie, maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het besluit moest worden beoordeeld aan de hand van het vóór 1 januari 2017 geldende recht, omdat de Wet natuurbescherming die datum in werking trad en de Nbw 1998 introk. Voor zover het beroep gericht was tegen de vergunning op grond van artikel 16 Nbw Pro 1998, was dit niet-ontvankelijk omdat deze vergunning niet langer nodig is en appellanten geen belang hadden bij inhoudelijke beoordeling.
Ten aanzien van de vergunning op grond van artikel 19d Nbw 1998 oordeelde de Afdeling dat de belangen van appellanten niet voldoende verweven zijn met het algemene natuurbeschermingsbelang dat de wet beoogt te beschermen. De afstand tot het Natura 2000-gebied en het ontbreken van directe zichtlijnen maakten dat de normen van de Nbw 1998 niet strekken tot bescherming van hun belangen. Hierdoor kon het beroep niet slagen en werd het ongegrond verklaard.
Een verzoek om proceskostenveroordeling werd afgewezen. De Afdeling verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor het deel over artikel 16 Nbw Pro 1998 en ongegrond voor het deel over artikel 19d Nbw 1998.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor de vergunning op grond van artikel 16 Nbw 1998 en ongegrond voor de vergunning op grond van artikel 19d Nbw 1998.