ECLI:NL:RVS:2018:1327
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige met gewijzigde vennootschap
De staatssecretaris heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige afgewezen vanwege een wijziging in de samenstelling van de vennootschap, waardoor de ingediende stukken niet meer als basis konden dienen voor advisering door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO).
De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat de staatssecretaris het advies van de RvO niet had afgewacht na de wijziging in de vennootschap. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de twee positieve adviezen van de RvO uit 2012 vergelijkbaar waren met de huidige situatie, terwijl de vreemdeling geen aangepast ondernemingsplan of nieuwe stukken had overgelegd na toetreding van een extra vennoot. Hierdoor was het besluit van de staatssecretaris terecht en kon het bezwaar niet leiden tot een ander besluit.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.