ECLI:NL:RVS:2018:1319
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 18 september 2017 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het beroepschrift niet langs elektronische weg was ingediend door de advocaat, terwijl dit sinds 12 juni 2017 verplicht is.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat deze verplichting niet voor hem geldt, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroepschrift feitelijk door de advocaat was ingediend en dat de uitzondering op de elektronische indieningsplicht niet van toepassing was. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk was.
Omdat hierdoor de inhoudelijke toetsing van de vrijheidsontnemende maatregel niet plaatsvond, heeft de Afdeling ambtshalve onderzocht of de belangen van de vreemdeling evident zijn geschonden, wat niet het geval bleek. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.