ECLI:NL:RVS:2018:1300
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht
De minister legde appellant een boete op van €1250 vanwege het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht zoals vastgesteld in de Wet inburgering. Appellant maakte bezwaar tegen deze boete, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de brief van 19 september 2016 ten onrechte niet als besluit werd aangemerkt en dat de minister het bezwaarschrift niet correct had behandeld. Tevens werd aangevoerd dat de Wet inburgering in strijd zou zijn met de Grondwet. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief van 19 september 2016 een voornemen tot boeteoplegging was en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast werd het bezwaarschrift correct behandeld en was toetsing van de wet aan de Grondwet niet aan de Afdeling gegeven.
De Afdeling concludeerde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om inhoudelijke gronden aan te voeren, maar hiervan geen gebruik had gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €1250 wegens niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht en verklaart het hoger beroep ongegrond.