ECLI:NL:RVS:2018:1280
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van overtreding Drank- en Horecawet door Vomar wegens ontbreken leidinggevende in slijtlokaliteit
De zaak betreft het hoger beroep van CBL en Vomar tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin werd geoordeeld dat Vomar artikel 24 van Pro de Drank- en Horecawet (Dhw) heeft overtreden door het slijterijgedeelte van haar supermarkt voor het publiek geopend te houden zonder dat een leidinggevende, vermeld op de vergunning, aanwezig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de eerdere uitspraak. De rechtbank had geoordeeld dat de inrichting slechts het slijtlokaliteit betreft en dat het ontbreken van een leidinggevende in deze ruimte een overtreding van artikel 24 Dhw Pro oplevert. Vomar voerde aan dat hun werkwijze, waarbij een bordje 'gesloten' wordt geplaatst als er geen leidinggevende aanwezig is en klanten via een bel een leidinggevende kunnen laten komen, niet tot overtreding leidt. Dit verweer werd verworpen omdat het feitelijk openen van de slijtlokaliteit voor publiek en het feit dat medewerkers zonder leidinggevende aanwezig waren, toch duiden op het uitoefenen van het slijtersbedrijf.
Daarnaast werd het beroep op het relativiteitsbeginsel van artikel 8:69a Awb verworpen, omdat het belang van handhaving niet alleen de belangen van SlijtersUnie beschermt maar ook het gelijkheidsbeginsel raakt. Het hoger beroep van CBL en Vomar wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van CBL en Vomar wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.