ECLI:NL:RVS:2018:1232
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onjuiste toetsing familie- en gezinsleven
De staatssecretaris wees op 8 juni 2016 een aanvraag af voor een machtiging tot voorlopig verblijf ten behoeve van een vreemdeling, waarna bezwaar en beroep ongegrond werden verklaard. De vreemdeling, samen met de referent en diens minderjarige zoon, stelde dat er sprake was van familie- en gezinsleven met het kleinkind, wat een belangenafweging vereiste.
De rechtbank hanteerde echter een onjuist toetsingskader door te stellen dat geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestond tussen de vreemdeling en het kleinkind, waardoor familie- en gezinsleven werd ontkend. De Afdeling oordeelde dat volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het bestaan van familie- en gezinsleven tussen grootouders en kleinkinderen niet afhangt van meer dan normale emotionele banden, maar van feitelijke hechte persoonlijke banden.
Daarom had de staatssecretaris de feitelijke omstandigheden moeten onderzoeken en bij het bestaan van familie- en gezinsleven een belangenafweging moeten maken tussen het algemene toelatingsbeleid en het individuele belang van de vreemdeling. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het eerdere vonnis en het besluit van de staatssecretaris, en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is vernietigd en het beroep gegrond verklaard.