ECLI:NL:RVS:2018:1209
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging wegens toezicht tekortkoming bij asbestsanering
De zaak betreft een hoger beroep van een gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf tegen een boete van €10.800 opgelegd door de minister wegens overtreding van het Arbobesluit. De boete bestond uit €2.700 voor het niet naleven van artikel 4.45, eerste lid, en €8.100 voor overtreding van artikel 4.54d, vijfde lid, betreffende toezicht.
Tijdens een sanering op een voormalige Philips-locatie werden werkzaamheden met de glove bag-methode uitgevoerd, maar ontstond een calamiteit waarbij de glove bag scheurde en asbestvezels vrijkwamen. De minister legde boetes op wegens onjuiste uitvoering en onvoldoende toezicht door de Deskundig Toezichthouder Asbestverwijdering (DTA).
De rechtbank verklaarde de boetes terecht, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het deel van de boete van €8.100 wegens onvoldoende toezicht. De Afdeling oordeelt dat de DTA wel degelijk voortdurend toezicht hield, ook al was hij niet fysiek in de manbak aanwezig, en dat een afstand van 50 meter toereikend was. De boete wegens onjuiste uitvoering van de glove bag-methode blijft gehandhaafd.
Verder oordeelt de Afdeling dat de minister het evenredigheidsbeginsel niet heeft geschonden bij de boeteoplegging en dat de verdubbeling wegens recidive gerechtvaardigd is. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete van €8.100 wegens onvoldoende toezicht wordt vernietigd, de boete van €2.700 wegens onjuiste werkmethode blijft gehandhaafd.