ECLI:NL:RVS:2018:1131
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester over onmiddellijke sluiting café wegens drugs en wapenbezit
De burgemeester van Amsterdam heeft op 16 december 2015 de onmiddellijke sluiting voor onbepaalde tijd bevolen van een café aan de [locatie] te Amsterdam, op grond van een vechtpartij waarbij drugs en een vuurwapen werden aangetroffen. De burgemeester baseerde zijn besluit op artikel 13b van de Opiumwet en artikel 2.10 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De rechtbank verklaarde het beroep van de exploitante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht aannam dat de drugs en het vuurwapen samen met de verdachten in het café aanwezig waren, en dat de sluiting op grond van de genoemde wettelijke bepalingen gerechtvaardigd was vanwege het ernstige gevaar voor de openbare orde. De Raad verwierp het betoog dat de sluiting onredelijk lang was, omdat de exploitante geen verzoek tot heropening had ingediend en persoonlijke verwijtbaarheid geen rol speelt.
Wel stelde de Raad vast dat de burgemeester de exploitante niet in de gelegenheid had gesteld een zienswijze in te dienen voorafgaand aan het besluit, zoals vereist onder artikel 4:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat de exploitante via de bezwaarprocedure haar bezwaren kon kenbaar maken.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de burgemeester ten onrechte bestuursdwang zonder voorafgaande last toepaste op grond van spoedeisendheid, aangezien het besluit ruim vijf weken na het incident werd genomen en de sluiting pas twee dagen later werd geëffectueerd. De burgemeester had een begunstigingstermijn moeten stellen. Het hoger beroep werd daarom gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd voor zover de begunstigingstermijn ontbrak, en de burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd wegens het ontbreken van een begunstigingstermijn.