ECLI:NL:RVS:2018:1129
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens grote hoeveelheid harddrugs en drugshandel
De burgemeester van Amsterdam heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet besloten een woning te sluiten voor drie maanden nadat bij een politieonderzoek op 4 april 2016 grote hoeveelheden soft- en harddrugs werden aangetroffen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de hoeveelheid drugs duidt op verkoop en dat de burgemeester terecht een verzwarende omstandigheid aannam voor onmiddellijke sluiting.
Appellant stelde in hoger beroep dat de burgemeester niet had beoordeeld of bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 Awb Pro aanwezig waren en dat de sluiting onevenredig was, mede omdat hij een first offender is en de sluiting leidde tot ontbinding van zijn huurovereenkomst. Ook betwistte hij de hoeveelheid drugs waarop het besluit was gebaseerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de burgemeester terecht uitging van de in de bestuurlijke rapportages genoemde hoeveelheid drugs en dat de bestendige bestuurspraktijk van de burgemeester niet onder artikel 4:84 Awb Pro valt. De sluiting was proportioneel en noodzakelijk om de openbare orde te herstellen, mede gezien de betrokkenheid van appellant bij grootschalige drugshandel. De belangen van appellant wegen niet op tegen de ernst van de situatie.
De Afdeling bevestigde daarom het bestreden vonnis en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor drie maanden wegens grote hoeveelheden harddrugs en drugshandel.