ECLI:NL:RVS:2018:1113
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag en afwijzing proceskostenvergoeding
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2012 aan appellant bij besluit van 6 maart 2015 herzien en vastgesteld op nihil. Appellant maakte bezwaar, dat deels werd gehonoreerd door de dienst op 7 november 2016, waarbij de toeslag werd vastgesteld op €4.400. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat hij recht had op proceskostenvergoeding omdat de Belastingdienst hem in bezwaar in het gelijk had gesteld. De Raad van State oordeelde dat volgens artikel 7:15 Awb Pro en het Besluit proceskosten bestuursrecht alleen kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand vergoed kunnen worden, en dat appellant het bezwaar zelf had ingediend voordat zijn gemachtigde was aangemeld. Daarom was geen proceskostenvergoeding terecht toegekend.
Daarnaast handhaafde appellant zijn betoog over rentevergoeding niet en maakte zijn betoog over andere groepen toeslagontvangers geen onderdeel uit van de zaak. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder toekenning van proceskostenvergoeding.