ECLI:NL:RVS:2018:1098
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag 2014 en ongegrondverklaring beroep
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 2 oktober 2015 de kinderopvangtoeslag over 2014 voor wederpartij definitief vastgesteld op nihil en een bedrag van €22.508,- teruggevorderd. Wederpartij maakte bezwaar, dat door de dienst werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de Belastingdienst om opnieuw te beslissen.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Volgens de dienst kon wederpartij de kosten van kinderopvang in 2014 volledig betalen met het toegekende voorschot, dat hoger was dan de gemaakte kosten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het aan wederpartij was om aan te tonen dat zij de kosten volledig en tijdig had voldaan. Uit de stukken bleek dat zij niet het volledige bedrag had betaald en een deel nog openstond.
De Afdeling stelde vast dat het voorschot van €22.283,- in 2014 volledig was uitbetaald en hoger was dan de totale kosten van €21.329,66. Hierdoor had wederpartij de kosten tijdig kunnen voldoen. Het feit dat zij schulden had en het voorschot voor andere doeleinden gebruikte, deed hieraan niet af. Daarom had zij geen recht op kinderopvangtoeslag over 2014.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen over kinderopvangtoeslag 2014 wordt ongegrond verklaard.