ECLI:NL:RVS:2018:1097
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag 2008 wegens ontbreken vereiste gegevens in overeenkomst
Appellant maakte in 2008 gebruik van gastouderopvang en ontving daarvoor een voorschot kinderopvangtoeslag van €24.025,00. De Belastingdienst stelde bij definitieve vaststelling vast dat appellant geen recht had op toeslag omdat niet was aangetoond dat daadwerkelijk kosten waren gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst met het gastouderbureau niet voldeed aan de vereisten van artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang, omdat essentiële gegevens zoals het uurtarief en aantal opvanguren ontbraken.
Appellant stelde in hoger beroep dat de overeenkomst wel voldeed en verzocht om de uitspraak te vernietigen om alsnog bewijs van betaling te kunnen leveren. De Raad van State verwees naar eerdere jurisprudentie dat de Belastingdienst niet mag tegenwerpen dat een overeenkomst niet volledig is als uit andere stukken duidelijk blijkt dat opvang heeft plaatsgevonden en kosten zijn betaald. Uit de stukken bleek echter dat de gegevens over uren, tarieven en kosten niet consistent waren en niet duidelijk maakten wat de werkelijke kosten waren.
De Raad van State concludeerde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant geen recht had op kinderopvangtoeslag over 2008 en wees het hoger beroep af. De Afdeling zag geen aanleiding om appellant alsnog in de gelegenheid te stellen om aanvullende bankafschriften op te vragen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.