ECLI:NL:RVS:2018:1083
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid asielaanvraag en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 21 februari 2017 een asielaanvraag van een vreemdeling niet-ontvankelijk en legde een inreisverbod op. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling nieuwe elementen had aangevoerd die rechtvaardigen dat zijn aanvraag alsnog ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat hij geen toegang tot Oeganda zou krijgen, maar de Raad van State stelde vast dat dit onvoldoende was onderbouwd.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet had aangetoond dat de Oegandese autoriteiten hem daadwerkelijk de toegang ontzeggen en dat de verklaring van de Internationale Organisatie voor Migratie onvoldoende was om het tegendeel te bewijzen. Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris gehandhaafd.