ECLI:NL:RVS:2018:1082
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep inzake intrekking verblijfsvergunning wegens mensenhandel
De staatssecretaris heeft op 15 april 2016 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en haar aanvraag tot wijziging afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of de vreemdeling op grond van bijzondere individuele omstandigheden, gerelateerd aan mensenhandel, in Nederland mag blijven. De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris binnen zijn beoordelingsruimte heeft gehandeld door te verlangen dat de vreemdeling haar mensenhandelrelaas aannemelijk maakt met geloofwaardige en verifieerbare verklaringen.
De Raad stelt vast dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel in de plaats van dat van de staatssecretaris heeft gesteld door onvoldoende rekening te houden met de beoordelingsruimte van de staatssecretaris. De staatssecretaris heeft gemotiveerd dat het relaas van de vreemdeling niet aannemelijk is, mede vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van bewijsstukken.
Ook oordeelt de Raad dat de staatssecretaris terecht heeft afgezien van het horen van de vreemdeling in bezwaar, omdat redelijkerwijs geen andersluidend standpunt te verwachten was. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.