ECLI:NL:RVS:2018:1059
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boete wegens schending Wet arbeid vreemdelingen door schijnconstructie
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [wederpartij] een boete van €4.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder de vereiste vergunning arbeid zou hebben verricht onder gezagsverhouding. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het boetebesluit, stellende dat de vennootschap geen schijnconstructie was en de vreemdeling als zelfstandige werkte.
De minister ging in hoger beroep en voerde aan dat de vreemdeling feitelijk onder gezag van [wederpartij] werkte en dat de vennootschap een schijnconstructie was, waardoor de boete terecht was opgelegd. De Raad van State overwoog dat de bewijslast bij de staatssecretaris ligt en dat bij twijfel het voordeel van de twijfel aan de betrokkene toekomt.
Uit de verklaringen en stukken bleek dat de vennoten onderling overlegden over werktijden en taken, dat winstverdeling plaatsvond volgens het vennootschapscontract en dat geen sprake was van een gezagsverhouding. De Raad van State vond de motivering van de staatssecretaris onvoldoende om de schijnconstructie aan te nemen en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht werd geheven. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van schijnconstructie.