ECLI:NL:RVS:2018:1056
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaststelling Legger Wateren 2015 van Hoogheemraadschap
Het college van hoofdingelanden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier stelde op 16 september 2015 de Legger Wateren 2015 vast, waarin waterstaatswerken en onderhoudsverplichtingen zijn vastgelegd. [Appellant] was het niet eens met dit besluit, met name vanwege onvrede over de compensatie in het kader van een eerdere ruilverkaveling.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep van [appellant], omdat het besluit tot vaststelling van de legger volgens de rechtbank niet voor beroep vatbaar was, behalve indien het ging om de vaststelling of wijziging van de ligging van waterbergingsgebieden of beschermingszones. Volgens de rechtbank was die ligging niet gewijzigd en was het beroep daarom niet ontvankelijk.
In hoger beroep stelde [appellant] dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was verklaard, omdat de ligging van het waterbergingsgebied in het kader van de ruilverkaveling wel was gewijzigd en hij wel degelijk beroepsgronden had aangevoerd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de ligging van het waterbergingsgebied niet was gewijzigd sinds de Legger Wateren 2012, die in rechte onaantastbaar was geworden. Daarom was beroep tegen de Legger Wateren 2015 op dat punt uitgesloten.
Ten aanzien van de onderhoudslegger, die op grond van artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet is vastgesteld, is beroep niet uitgesloten. De Afdeling stelde vast dat [appellant] zijn bezwaar niet richtte tegen de aanwijzing van onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen, maar tegen de wijze van compensatie en het betwisten van de hoofdwaterloop. Dit leidde niet tot het beoogde resultaat en het beroep tegen de onderhoudslegger was ongegrond.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin zij zich onbevoegd verklaarde ten aanzien van het beroep tegen de onderhoudslegger en verklaarde het beroep in zoverre ongegrond. Voor het overige bevestigde zij de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep tegen de onderhoudslegger is ongegrond verklaard, het beroep tegen de Legger Wateren 2015 op grond van artikel 5.1 Waterwet is niet ontvankelijk.