ECLI:NL:RVS:2018:1024
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen plaatsing ondergrondse restafvalcontainers in wijk Leyenburg Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 8 november 2016 een gewijzigd plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de wijk Leyenburg. Appellant maakte bezwaar tegen de locatie van de containers nabij zijn woning. Na een wijziging op 28 november 2017 verplaatste het college de containers naar een locatie naast de garage van appellant, wat ook op bezwaar stuitte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk is, omdat de locatie daarvan is komen te vervallen. Het beroep tegen het besluit van 28 november 2017 werd ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter vond dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de geluidoverlast en mogelijke vervuiling tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven en dat concrete schade aan de garage niet aannemelijk was gemaakt.
Verder werd het verzoek van appellant om de containers nog verder van zijn woning te plaatsen afgewezen, omdat dit de loopafstand voor andere bewoners onredelijk zou vergroten en het plaatsingsplan zou verslechteren. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Het college werd gelast het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.