ECLI:NL:RVS:2018:1023
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling, een Hazara uit Dahmarda Gulzar, Afghanistan, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de vreemdeling als de staatssecretaris hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was omdat de aangevoerde gronden niet leidden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat hij zich beperkt had tot de situatie in de plaats Dahmarda Gulzar, terwijl hij ook de bredere regio had betrokken in zijn beoordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris de situatie niet beperkt had beoordeeld, maar juist het district Jaghori en de omliggende gebieden had betrokken. Hierdoor werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.