ECLI:NL:RVS:2018:1010
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel na veilig derde land beoordeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 26 mei 2017 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat Koeweit als veilig derde land werd beschouwd. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de motivering van de staatssecretaris omtrent Koeweit als veilig derde land onvoldoende was, zoals reeds vastgesteld in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:3379). Omdat de staatssecretaris geen nieuwe motivering had gegeven, kon het hoger beroep niet slagen.
De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het vonnis werd uitgesproken op 22 maart 2018.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.