ECLI:NL:RVS:2018:1008
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten niet-ontvankelijkheid asielaanvragen wegens onjuiste veilige derde land beoordeling
Bij besluiten van 21 februari 2017 verklaarde de staatssecretaris de asielaanvragen van de vreemdelingen niet-ontvankelijk, omdat Koeweit als veilig derde land werd beschouwd. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat Koeweit het non-refoulementbeginsel naleeft en bescherming biedt conform het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de aangevoerde omstandigheden geen nieuw relevant element vormden. De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraak van 13 december 2017 waarin de motivering van de staatssecretaris werd afgewezen.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de beroepen van de vreemdelingen alsnog gegrond verklaard. De besluiten van de staatssecretaris werden vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.503,00.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris worden vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen gegrond verklaard.