ECLI:NL:RVS:2017:984
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering dwangsom wegens niet tijdig beslissen handhavingsverzoek
Appellant heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem verzocht om handhavend op te treden tegen meerdere vermeende overtredingen op een perceel aan de Statenlaan 6-8. Het college besloot niet op tijd op dit verzoek, waarna appellant meerdere malen het college in gebreke stelde en een dwangsom vorderde.
Het college wees het verzoek om een dwangsom af, stellende dat binnen twee weken na ingebrekestelling een besluit was genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verzoek als één verzoek moest worden gezien, omdat alle onderdelen betrekking hadden op dezelfde locatie en eigenaar.
Appellant stelde dat elk onderdeel afzonderlijk behandeld had moeten worden, maar dit werd door de Raad van State verworpen. De brief van het college van 8 juni 2015 werd gezien als een beschikking waarop rechtsmiddelen openstonden. Omdat het college binnen de termijn een besluit nam, was geen dwangsom verschuldigd.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college terecht geen dwangsom toekent omdat tijdig een besluit is genomen op het handhavingsverzoek.