ECLI:NL:RVS:2017:924
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door vennootschappen
Bij besluiten van 13 augustus 2014 legde de minister aan twee vennootschappen elk een boete van €208.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De vennootschappen hadden Bulgaarse werknemers ingehuurd die zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland champignons plukten. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vennootschappen ongegrond, maar de vennootschappen gingen in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een grensoverschrijdende dienstverrichting waarbij de Bulgaarse werknemers onder toezicht en leiding van de Nederlandse vennootschap 1 werkten, of dat zij uitsluitend ter beschikking werden gesteld door vennootschap 2. De Raad van State analyseerde het arrest Vicoplus van het Hof van Justitie en het criterium van toezicht en leiding.
De Raad stelde vast dat de minister onvoldoende bewijs had geleverd dat vennootschap 1 daadwerkelijk toezicht en leiding gaf aan de werknemers. De verklaringen van de Bulgaarse werknemers en deskundigen wezen erop dat de voorman van vennootschap 2 de leiding had. De minister kon slechts één aanwijzing leveren van een medewerker van vennootschap 1 die instructies gaf, wat onvoldoende was.
Daarom oordeelde de Raad dat niet aan de criteria voor een grensoverschrijdende dienstverrichting was voldaan en dat de boetes onterecht waren opgelegd. De hoger beroepen werden gegrond verklaard, de besluiten van de minister vernietigd en de boetes herroepen. Tevens werden de proceskosten aan de minister opgelegd.
Uitkomst: De boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen worden vernietigd omdat niet is vastgesteld dat de vreemdelingen onder toezicht en leiding van de Nederlandse vennootschap werkten.