ECLI:NL:RVS:2017:890
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling in hoger beroep over afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
De vreemdeling diende op 28 april 2015 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 17 juli 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond op 8 januari 2016. De rechtbank vernietigde het besluit op 18 juli 2016 omdat de staatssecretaris ten onrechte was uitgegaan van winstcijfers na belasting in plaats van vóór belasting en omdat de vreemdeling volgens de rechtbank voldoende middelen van bestaan had aangetoond op basis van financiële documenten uit 2015.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en klaagde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand had gelaten, omdat de vreemdeling niet voldeed aan de bewijsvereisten zoals gesteld in de Vreemdelingencirculaire 2000. De vreemdeling had geen verklaring inkomen ondernemer met bijlagen overgelegd en ook geen aanvullende bewijsmiddelen zoals bankafschriften of jaarrekeningen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over het voldoen aan het middelenvereiste en vernietigde het vonnis voor zover de rechtbank had nagelaten de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. De Afdeling bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €495,00.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijven in stand.