ECLI:NL:RVS:2017:888
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep verblijfsvergunning asiel wegens digitale indieningsproblemen
De vreemdeling diende op 18 juli 2016 digitaal beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden van het beroep niet tijdig en aantoonbaar waren ingediend. De vreemdeling stelde dat het digitale systeem van de rechtbank tekortschiet doordat het geen ontvangstbevestiging gaf na indiening van de gronden, waardoor hij niet kon bewijzen dat hij deze tijdig had ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de niet-ontvankelijkverklaring baseerde op het ontbreken van bewijs van tijdige indiening, terwijl het digitale systeem geen betrouwbare ontvangstregistratie bood. De melding dat documenten aan het dossier waren toegevoegd, bevatte geen datum of tijdstip en verdween na afsluiten van het systeem. De staatssecretaris betwistte deze werking van het systeem niet.
Daarom oordeelde de Afdeling dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de tekortkomingen van het digitale systeem en vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Tot slot stelde de Afdeling de proceskosten van het hoger beroep vast op €495 en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding hiervan.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.