ECLI:NL:RVS:2017:882

Raad van State

Datum uitspraak
31 maart 2017
Publicatiedatum
31 maart 2017
Zaaknummer
201507691/4/R2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • Th.C. van Sloten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbWet geluidhinderWet ruimtelijke ordening
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen wijziging bestemmingsplan fruitteelt

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde een verzoek om een voorlopige voorziening van een inwoner van 't Goy tegen een gewijzigd vastgesteld bestemmingsplan van de gemeente Houten. Dit wijzigingsbesluit volgde op een eerdere uitspraak die de raad opdroeg nader onderzoek te doen naar het woon- en leefklimaat bij het perceel Tuurdijk.

De kern van het geschil betrof de aanplant van een fruitboomgaard op het perceel Tuurdijk ongenummerd. De verzoeker stelde dat fruitteelt niet was toegestaan op gronden met de bestemming 'Agrarisch' en dat het gewijzigde plan hem zou dwingen de fruitboomgaard te rooien. De raad betoogde dat er een vergunning was verleend voor de aanplant en dat deze vergunning van kracht bleef.

De voorzieningenrechter oordeelde dat fruitteelt op het perceel wel degelijk is toegestaan volgens de planregels en dat de vergunning van 19 juni 2013, hoewel niet onherroepelijk, wel van kracht is. Hierdoor bestaat geen grond voor handhaving tegen de fruitboomgaard en geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het gewijzigde bestemmingsplan wordt afgewezen omdat fruitteelt op het perceel is toegestaan en de vergunning van kracht is.

Uitspraak

201507691/4/R2.
Datum uitspraak: 31 maart 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [verzoeker], wonend te 't Goy, gemeente Houten, om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker],
en
de raad van de gemeente Houten,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 6 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1857, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van deze uitspraak, alsnog te onderzoeken of ter plaatse van de woning Tuurdijk 17 een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en zo ja, onder welke voorwaarden, of voor het perceel Tuurdijk ongenummerd een andere passende regeling vast te stellen.
Bij besluit van 8 november 2016 heeft de raad, ter uitvoering van voormelde uitspraak, het bestemmingsplan "’t Goy en omgeving" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 maart 2017, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. I.E. Nauta, advocaat te Enschede, is verschenen.
Overwegingen
1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.    Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 8 november 2016 het plan gewijzigd vastgesteld, in die zin dat in bijlage 1 (kaart bestaande fruitboomgaarden) bij de planregels, de op het perceel Tuurdijk ongenummerd aangeplante fruitboomgaard niet langer is aangeduid als bestaande fruitboomgaard.
3.    [verzoeker] betoogt dat inwerkingtreding van het gewijzigd vastgestelde plan hem ertoe noopt de op het perceel Tuurdijk ongenummerd aangeplante fruitboomgaard te rooien. In dat verband voert hij aan dat op de gronden met de bestemming "Agrarisch" fruitteelt niet is toegestaan. [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter daarom het besluit tot het gewijzigd vaststellen van het plan te schorsen.
3.1.    De raad stelt dat op 19 juni 2013 aan [verzoeker] een vergunning is verleend voor de aanplant van een fruitboomgaard op het perceel Tuurdijk ongenummerd. Bij uitspraak van 2 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2780, heeft de Afdeling weliswaar het besluit op bezwaar van 22 november 2013, waarbij de bezwaren van omwonenden tegen die omgevingsvergunning ongegrond werden verklaard, vernietigd, maar het besluit van 19 juni 2013 is niet herroepen. Evenmin is een nieuw besluit op bezwaar genomen. De op 19 juni 2013 aan [verzoeker] verleende vergunning is daarom van kracht en het is [verzoeker] toegestaan ter plaatse fruit te telen in de door hem aldaar aangeplante fruitboomgaard.
3.2.    Aan het perceel Tuurdijk ongenummerd is de bestemming "Agrarisch" toegekend.
3.3.    Artikel 3, lid 3.1, van de planregels luidt:
" De voor "Agrarisch" aangewezen gronden zijn bestemd voor:
[…]
b. fruitteelt;
[…]."
Artikel 3, lid 3.7.1, luidt:
"Het is verboden op of in de gronden met de bestemming "Agrarisch", voor zover gelegen buiten een bouwvlak zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren:
[…]
e. het (nieuw) aanplanten van een fruitboomgaard voor zover gelegen binnen 50 meter van een gevoelige functie;
f. het herplanten van een fruitboomgaard voor zover dit niet binnen 1 jaar na het rooien heeft plaatsgevonden en niet herplant wordt op exact dezelfde locatie."
Artikel 3, lid 3.7.2, luidt:
"Van het vereiste van een omgevingsvergunning zijn uitgezonderd werken en werkzaamheden die:
[…]
d. voor zover er sprake is van een bestaande fruitboomgaard zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels, tenzij er sprake is van herplant conform artikel 3, lid 7.1, sub f."
In bijlage 1 bij de planregels van het gewijzigd vastgestelde plan is het perceel Tuurdijk niet langer aangeduid als bestaande fruitboomgaard.
4.    De voorzieningenrechter stelt vast dat de gronden op het perceel Tuurdijk zijn bestemd voor onder meer fruitteelt. Anders dan [verzoeker] betoogt is op dat perceel fruitteelt derhalve toegestaan. Voorts is aan [verzoeker] op 19 juni 2013 een omgevingsvergunning voor de aanplant van de fruitboomgaard verleend. Die vergunning is weliswaar niet onherroepelijk, maar wel van kracht. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat bestuurlijke handhavingsmaatregelen tegen de aangeplante fruitboomgaard getroffen kunnen worden.
Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, griffier.
w.g. Van Sloten    w.g. Taal
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2017
325.