ECLI:NL:RVS:2017:857
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- J. Hoekstra
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vergunningverlening veehouderij in Natura 2000-gebied
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 29 juni 2015 een vergunning aan een vergunninghouder voor het in werking hebben van een melkrundvee- en varkenshouderij aan een locatie te Zuna. Stichting Leefbaar Buitengebied (SLB) en Stichting VROM? maakten bezwaar tegen dit besluit, waarbij VROM? niet-ontvankelijk werd verklaard en SLB ongegrond. Beide stichtingen stelden beroep in tegen het besluit op bezwaar.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat VROM? geen belanghebbende is omdat zij onvoldoende feitelijke werkzaamheden verricht ter behartiging van haar statutaire belangen. Voor SLB werd geoordeeld dat zij wel belanghebbende is en dat de verleende machtiging om beroep in te stellen rechtsgeldig was. Diverse beroepsgronden van SLB, waaronder onjuiste vaststelling van bestaande rechten, toepassing van externe saldering, cumulatie van effecten en het ontbreken van aanvullende maatregelen ter reductie van stikstofdepositie, werden inhoudelijk beoordeeld.
De Raad van State concludeerde dat het college de bestaande rechten correct had vastgesteld, de externe saldering rechtmatig was toegepast, cumulatieve effecten niet hoefden te worden betrokken bij de vergunningverlening vanwege externe saldering, en dat het college geen aanvullende maatregelen hoefde op te nemen omdat het stand-still beleid voerde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van het college bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor de veehouderij wordt ongegrond verklaard.