ECLI:NL:RVS:2017:851
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over kinderopvangtoeslag wegens onjuiste vaststelling kostenbetaling
De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot op de kinderopvangtoeslag over 2015 en de tegemoetkoming over 2012 en 2013 vastgesteld op nihil, omdat appellant volgens hen niet had aangetoond dat de kosten volledig waren betaald en de overeenkomsten niet voldeden aan de eisen.
De rechtbank had dit standpunt bevestigd, maar appellant stelde in hoger beroep dat de kosten via verrekening met de winstuitkering van zijn echtgenote waren voldaan en dat de overeenkomsten wel degelijk aan de eisen voldeden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de verrekening op grond van artikel 6:127 BW Pro een rechtsgeldige betalingswijze is en dat de overeenkomsten authentiek en rechtsgeldig waren.
Verder bleek uit de stukken dat de kosten in 2012 en 2013 volledig en tijdig waren voldaan en dat ook voor 2015 aannemelijk was gemaakt dat de kosten betaald waren, mede door bankbetalingen binnen twee maanden na afloop van het jaar.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van de Belastingdienst en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen waarin het recht op kinderopvangtoeslag opnieuw wordt vastgesteld. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst wordt vernietigd en de toeslag wordt opnieuw vastgesteld, met vergoeding van proceskosten.