ECLI:NL:RVS:2017:813
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan ’t Vaneker 2013 herziening 1 vanwege verdichting woongebied
De raad van de gemeente Enschede stelde op 27 juni 2016 het bestemmingsplan ’t Vaneker 2013, herziening 1 vast, waarin onder meer vijf woningen naast elkaar mogelijk worden gemaakt nabij het perceel van appellant. Appellant betoogde dat deze verdichting ten koste gaat van het waardevolle bos en zijn woon- en leefklimaat aantast. Hij stelde dat het voorheen geldende plan slechts vier woningen voorzag en een grote kavel van 3000 m2 voor één woning, waardoor het nieuwe plan een onaanvaardbare toename van bebouwing betekent.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant belanghebbende is bij het besluit en dat zijn beroepsgrond niet kennelijk niet strekt tot bescherming van zijn belangen. De Afdeling stelde vast dat het nieuwe plan één bouwvlak voor vijf woningen kent, in tegenstelling tot het oude plan met drie bouwvlakken en een minimumkavel van 3000 m2 voor één woning. De planregels omtrent bebouwingspercentage en oppervlakte zijn echter niet gewijzigd en het plan bevat een grotere groenstrook tussen het plandeel en het perceel van appellant.
De Afdeling concludeerde dat het gewijzigde bouwvlak het mogelijk maakt om het waardevolle bos zoveel mogelijk te respecteren en in te passen, en dat het woon- en leefklimaat van appellant niet zodanig wordt aangetast dat de raad het plan niet in redelijkheid heeft kunnen vaststellen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan ’t Vaneker 2013, herziening 1 wordt ongegrond verklaard.