ECLI:NL:RVS:2017:801
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen intrekking handhavingsbesluit huisvesting arbeidsmigranten
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Landerd om handhavend op te treden tegen het gebruik van een perceel te Zeeland voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het college wees dit verzoek in eerste instantie af, waarna een handhavingsbesluit werd genomen om de overtreding te beëindigen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante deels niet-ontvankelijk en vernietigde een ander besluit van het college.
Het college verleende vervolgens een omgevingsvergunning voor het splitsen van de woning en het huisvesten van maximaal acht arbeidsmigranten, waarna het handhavingsbesluit werd ingetrokken. Appellante stelde dat het handhavingsbesluit onvoldoende was, maar het college kon niet meer handhavend optreden omdat het gebruik met vergunning was gelegaliseerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellante geen belang meer had bij het hoger beroep tegen de intrekking van het handhavingsbesluit. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond. Appellante kan bij eventuele vernietiging van de vergunning een nieuw handhavingsverzoek indienen.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het gebruik van het pand inmiddels is gelegaliseerd door een omgevingsvergunning.