ECLI:NL:RVS:2017:8
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid hoger beroep vreemdelingen tegen afwijzing asielaanvragen
De staatssecretaris heeft op 18 maart 2016 de asielaanvragen van meerdere vreemdelingen afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die de beroepen ongegrond verklaarde, maar het besluit ten aanzien van vreemdeling 1 deels vernietigde omdat het ook werd aangemerkt als weigering van een verblijfsvergunning regulier.
Zowel de vreemdelingen als de staatssecretaris gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De vreemdelingen voerden geen nieuwe gronden aan die tot vernietiging konden leiden, waardoor hun hoger beroep kennelijk ongegrond werd verklaard.
De staatssecretaris stelde dat het besluit slechts betrekking had op de afwijzing van de asielaanvraag en niet op een ambtshalve weigering van een reguliere verblijfsvergunning. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit als zodanig had aangemerkt. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Troostwijk en leden Hoogvliet en Drop op 6 januari 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard, dat van de staatssecretaris gegrond, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard.