ECLI:NL:RVS:2017:797
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over buiten behandeling stellen verlenging verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde bij besluit van 29 februari 2016 de aanvraag van een vreemdeling tot verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd buiten behandeling. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 25 mei 2016 ongegrond werd verklaard door de staatssecretaris.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit van 25 mei 2016, herroept het besluit van 29 februari 2016 en gaf de staatssecretaris de opdracht om de vreemdeling de gelegenheid te bieden het geconstateerde verzuim te herstellen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de in hoger beroep aangevoerde rechtsvraag reeds was beantwoord in een eerdere uitspraak en dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, terwijl tevens griffierecht werd geheven.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.