ECLI:NL:RVS:2017:785

Raad van State

Datum uitspraak
22 maart 2017
Publicatiedatum
23 maart 2017
Zaaknummer
201701077/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
  • H. Troostwijk
  • J.J. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 22 december 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde hem een vertrekopdracht op en vaardigde een inreisverbod uit.

De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 januari 2017 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen in stand liet behalve het onthouden van een vertrektermijn en het inreisverbod.

De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de aanwijzing van Algerije als veilig land van herkomst terecht was en dat de ingebrachte informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.

De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

201701077/1/V1.
Datum uitspraak: 22 maart 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 27 januari 2017 in zaak nr. NL16.4008 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 22 december 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 27 januari 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven, met uitzondering van het onthouden van een vertrektermijn en het uitvaardigen van een inreisverbod. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. T. Bruinsma, advocaat te Lemmer, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    De in hoger beroep opgeworpen vragen over de aanwijzing van Algerije als veilig land van herkomst en de mogelijkheid om een land als veilig land van herkomst aan te wijzen met een uitzondering voor één of meer groepen, zoals LHBT’s, heeft de Afdeling bij uitspraken van 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:630, en 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:210, beantwoord. De Afdeling heeft geconcludeerd dat de staatssecretaris Algerije terecht heeft aangewezen als veilig land van herkomst. De in deze zaak ingebrachte informatie leidt niet tot een ander oordeel.
2.    Hieruit volgt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden meer zijn die bespreking behoeven, moet het beroep ongegrond worden verklaard.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart het hoger beroep gegrond;
II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 27 januari 2017 in zaak nr. NL16.4008;
III.    verklaart het  door de vreemdeling in die zaak ingestelde beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Willems
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2017
412-827.