ECLI:NL:RVS:2017:774
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.C. Kranenburg
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing bestemmingsplan onderwijsgebouw Karekietpark Purmerend
De raad van de gemeente Purmerend stelde op 1 oktober 2015 het bestemmingsplan 'Horizon-/Regiocollege Karekietpark 2015' vast voor de bouw van een onderwijsgebouw voor middelbaar beroepsonderwijs. Tegen dit besluit en het latere wijzigingsbesluit van 26 mei 2016 werd beroep ingesteld door omwonenden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de beroepen en oordeelde dat de formele voorbereidingsprocedures correct waren gevolgd en dat de wijzigingen in het wijzigingsbesluit van ondergeschikte aard waren.
Inhoudelijk werd onder meer betwist of er een actuele regionale behoefte was, of alternatieve locaties waren onderzocht, en of het plan voldeed aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De Afdeling oordeelde dat het plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betrof, maar dat de raad voldoende motivering had gegeven over de behoefte en locatiekeuze. Ook werd geoordeeld dat het plan niet in strijd was met de structuurvisie Purmerend 2005-2020.
Verder werden verkeers- en parkeeraspecten beoordeeld. De Afdeling vond dat de raad een degelijke verkeersanalyse had gemaakt, rekening houdend met capaciteit en verkeersgeneratie, en dat het plan geen onaanvaardbare verkeerssituatie of parkeeroverlast zou veroorzaken. Geluid, luchtkwaliteit en woon- en leefklimaat werden eveneens beoordeeld als aanvaardbaar. De financiële uitvoerbaarheid werd bevestigd, ondanks onjuiste informatie over garantstellingen, en het betoog over staatssteun werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Ten aanzien van de Flora- en faunawet concludeerde de Afdeling dat de raad terecht had vastgesteld dat geen vaste rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig waren en dat het plan de ecologische functionaliteit niet zodanig zou verstoren dat uitvoering onmogelijk was. Ook werd geoordeeld dat wateroverlast adequaat werd aangepakt. De beroepen tegen het wijzigingsbesluit werden ongegrond verklaard en die tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Beroepen tegen het wijzigingsbesluit ongegrond verklaard, beroepen tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk.