ECLI:NL:RVS:2017:760
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot correctie en verwijdering van justitiële persoonsgegevens
Appellant verzocht de minister om verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van persoonsgegevens in rapporten opgenomen in zijn justitiële persoonsdossiers, omdat hij de daarin gestelde diagnose betwistte. De minister wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte dat deels werd gehonoreerd maar het verzoek grotendeels werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het correctierecht in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) te beperkt werd uitgelegd en dat de verwerking en publicatie van de rapporten in strijd was met het EU Handvest en het EVRM.
De Afdeling overwoog dat de diagnose in de rapporten een medisch-specialistische conclusie is die in de strafrechtelijke procedure moet worden aangevochten en niet via het correctierecht kan worden gewijzigd. Het verzoek strekte niet tot verbetering van feitelijke onjuistheden in de rapporten zelf. Verder oordeelde de Afdeling dat de verwerking van de persoonsgegevens noodzakelijk is voor het voorkomen van strafbare feiten en bij wet is voorzien, zodat geen strijd met artikel 8 EVRM Pro is vastgesteld.
Appellants verwijzing naar een vrijspraak en een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd verworpen omdat appellant wel degelijk is veroordeeld voor belaging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van het verzoek tot correctie en verwijdering van persoonsgegevens bevestigd.