ECLI:NL:RVS:2017:674
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende gewerkte uren in 2012
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 16 oktober 2015 de kinderopvangtoeslag van appellante over 2012 definitief vast op € 8.205,00 en vorderde het teveel betaalde voorschot van € 10.027,00 terug. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel de rechtbank Rotterdam als de Raad van State verklaarden deze ongegrond.
Appellante voerde aan dat zij in 2012 een re-integratietraject volgde en dat zij onvoldoende was voorgelicht over de wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) per 1 januari 2012, waardoor het aantal uren kinderopvangtoeslag afhankelijk werd van het aantal gewerkte uren van de minst werkende ouder. Zij overlegde een werkplan uit december 2011 en e-mails als bewijs van het re-integratietraject.
De Raad van State oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij gedurende geheel 2012 feitelijk gebruik maakte van een arbeidsinschakelingsvoorziening zoals bedoeld in de Wkkp. Ook lag het op haar weg zich te informeren over de regels omtrent kinderopvangtoeslag. De rechtbank had dan ook terecht het besluit van de Belastingdienst bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.