ECLI:NL:RVS:2017:660
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inzake bestuursdwang en informatieverstrekking
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Het geschil betreft het al dan niet verhalen van kosten die voortvloeien uit bestuursdwang toegepast door het college vanwege een gevaarlijke situatie met een ammoniakkoelinstallatie, het doorgeven van milieu-informatie aan de politie, en de kwalificatie van verzoeken om informatie als Wob-verzoeken.
De rechtbank had het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard, onder meer omdat zij oordeelde dat het college geen besluit had genomen over het kostenverhaal en dat het niet doorgeven van milieu-informatie geen besluit was. De Afdeling stelt echter vast dat het college wel besluiten heeft genomen waartegen beroep mogelijk is, maar appellant geen belanghebbende is bij het kostenverhaal. Daarom had het bezwaar niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Ook oordeelt de Afdeling dat het niet doorgeven van milieu-informatie geen besluit is, zodat bezwaar ook niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden.
Verder is geoordeeld dat de brieven van appellant niet als Wob-verzoeken kwalificeren, zodat geen dwangsommen zijn verbeurd. Wel is het besluit van het college dat geen dwangsommen zijn verbeurd een besluit waartegen beroep mogelijk is. Het beroep op betalingsonmacht is afgewezen omdat appellant een inkomen boven de bijstandsnorm heeft. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk of ongegrond waar van toepassing. Het griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd, met vergoeding van het griffierecht aan appellant.