ECLI:NL:RVS:2017:66
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling wegens medische redenen niet achterwege blijft
De vreemdeling met de Armeense nationaliteit heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland en verzocht om te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft vanwege haar gezondheidstoestand. De staatssecretaris wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde echter dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) niet inzichtelijk was en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het BMA-advies wel degelijk zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is. Het advies vermeldt dat de psychiatrische thuiszorg die de vreemdeling in Nederland ontvangt, niet beschikbaar is in Armenië, maar dat alternatieve ambulante en klinische psychiatrische zorg, begeleiding door een psychiatrisch verpleegkundige en crisisbehandeling wel aanwezig zijn en toereikend om een medische noodsituatie te voorkomen.
Verder werd geoordeeld dat de brief van de behandelaars over een suïcidepoging niet tot een ander oordeel leidt en niet aan het BMA voorgelegd hoefde te worden. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitzetting kan worden voortgezet.