ECLI:NL:RVS:2017:549
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en geschiktheidsonderzoek na drugsgebruik in het verkeer
Het CBR besloot op 6 januari 2015 dat appellant zich moest onderwerpen aan een geschiktheidsonderzoek en schorste zijn rijbewijs, naar aanleiding van een politiecontrole waarbij aanwijzingen waren dat appellant onder invloed was van verdovende middelen. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Rotterdam ongegrond verklaard.
Appellant voerde aan dat de processen-verbaal tegenstrijdigheden bevatten en dat de THC-concentratie in zijn bloed onder de wettelijke grenswaarde lag, waardoor het besluit onterecht zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het CBR aannemelijk mocht achten dat appellant onder invloed was, ondanks kleine inconsistenties in de processen-verbaal en dat de genoemde grenswaarden en het ontwerpbesluit op dat moment niet van toepassing waren.
De Raad van State benadrukte dat voor het opleggen van een geschiktheidsonderzoek niet vereist is dat daadwerkelijk is vastgesteld dat iemand onder invloed was, maar dat aannemelijkheid volstaat. Gezien de waarnemingen en het NFI-rapport was dit het geval. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een geschiktheidsonderzoek worden bevestigd.