ECLI:NL:RVS:2017:493
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na bezwaar en hoger beroep
Bij besluit van 23 juli 2015 legde de minister een boete van €24.000 op aan [appellante] wegens het laten werken van vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunningen. Na bezwaar werd de boete verminderd tot €16.000. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de gehoren van de vreemdelingen rechtmatig waren afgenomen en dat de overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen vaststond, omdat de vreemdelingen arbeid verrichtten zonder geldige vergunningen. Het betoog dat de minister misbruik van bevoegdheid had gemaakt faalde, evenals het beroep op verminderde verwijtbaarheid vanwege omstandigheden zoals de verscherping van de wet en het Convenant Aziatische Horeca.
Wel matigde de Raad van State de boete met 25% vanwege het feit dat de vreemdelingen verantwoord waren in de administratie en conform de wettelijke regels waren verloond. De boete werd vastgesteld op €12.000. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen is verminderd tot €12.000 en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.