ECLI:NL:RVS:2017:467
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen waterschap wegens afkalving oever en staat beschoeiing
Appellant, eigenaar van een perceel langs een watergang beheerd door het waterschap Hollandse Delta, verzocht het college om handhavend op te treden tegen het waterschap vanwege afkalving en slechte staat van de beschoeiing. Het college wees dit verzoek af, wat door appellant werd aangevochten bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het waterschap weliswaar onderhoudsplichtige is van de watergang, maar dat uit de legger en de meetresultaten blijkt dat de watergang voldoet aan de normen voor ligging, vorm, afmeting en constructie. De onderhoudsplicht strekt zich niet uit tot de oever boven de waterspiegel, waar de beschoeiing zich bevindt. Ook de meetresultaten zijn representatief bevonden.
Het college is slechts bevoegd handhavend op te treden bij overtreding van wettelijke voorschriften. Nu geen overtreding is vastgesteld, is handhaving niet aan de orde. Het beroep van appellant faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.