ECLI:NL:RVS:2017:445
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep staatssecretaris inzake niet-behandeling asielaanvragen vreemdelingen
Bij besluiten van 7 september 2016 heeft de staatssecretaris de asielaanvragen van de vreemdelingen niet in behandeling genomen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank, die de besluiten vernietigde en de staatssecretaris opdroeg nieuwe besluiten te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdelingen incidenteel hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen ongegrond.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de kinderen zich ook in Duitsland thuis zouden kunnen voelen en onderwijs kunnen volgen, en dat de ouders bij problemen terecht kunnen bij de Duitse autoriteiten. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De beroepen van de vreemdelingen werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond, waarbij de uitspraak van de rechtbank is vernietigd.