ECLI:NL:RVS:2017:3607
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inreisverbod en ongewenstverklaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 4 augustus 2016 het besluit genomen om de ongewenstverklaring van de vreemdeling op te heffen en hem een inreisverbod op te leggen. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 november 2016 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep stelde de vreemdeling onder meer dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet hoefde te onderzoeken of zijn gedrag een actuele en ernstige bedreiging vormde die een fundamenteel belang van de samenleving aantastte.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank de toepasselijke wetsbepaling (artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000) onjuist had toegepast en dat het hoger beroep kennelijk gegrond was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit van 4 augustus 2016 vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot inreisverbod en ongewenstverklaring van de vreemdeling wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.