ECLI:NL:RVS:2017:3597

Raad van State

Datum uitspraak
22 december 2017
Publicatiedatum
27 december 2017
Zaaknummer
201710204/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbWet Centraal Orgaan opvang asielzoekers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel

De vreemdeling heeft bij besluit van 4 januari 2017 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zien worden afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft dit besluit op 15 juni 2017 bevestigd door het beroep ongegrond te verklaren. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld. De vreemdeling verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat het hoger beroep is beslist, en om opvang en verstrekkingen tijdens deze periode.

De vreemdeling baseerde zijn verzoek op de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan, maar in het hoger beroep heeft hij dit niet aangevoerd. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoekschrift geen nieuwe gronden bevat die de rechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit in twijfel trekken.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De vreemdeling werd erop gewezen dat hij vrij staat een nieuwe aanvraag in te dienen indien hij meent dat de veiligheidssituatie in Afghanistan aanleiding geeft voor een verblijfsvergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen.

Uitspraak

201710204/1/V2.
Datum uitspraak: 22 december 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:
[de vreemdeling],
verzoeker.
Procesverloop
Bij besluit van 4 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 15 juni 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist en dat hem gedurende die periode opvang en verstrekkingen voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden geboden. Hij heeft in zijn verzoekschrift van 21 december 2017 een beroep gedaan op de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan. Bij uitspraak van 21 december 2017 in zaak nr. 201705581/1/V2, heeft de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond verklaard. De Afdeling stelt vast dat de vreemdeling in hoger beroep geen beroep heeft gedaan op de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan.
2.    Wat in het verzoekschrift is aangevoerd, geeft reeds daarom geen grond om niet langer uit te gaan van de rechtmatigheid van de aan het besluit van 4 januari 2017 verbonden rechtsgevolgen. Dit betekent dat het verzoek als kennelijk ongegrond moet worden afgewezen. Als de vreemdeling meent dat hij wegens de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan thans in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, staat het hem vrij een daartoe strekkende aanvraag in te dienen.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.
w.g. Bijloos    w.g. Yildiz
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2017
594.