ECLI:NL:RVS:2017:357
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bij vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 11 oktober 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting naar Suriname. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende inzicht had gegeven in haar motivering waarom het vooruitzicht op uitzetting naar Suriname als onwaarschijnlijk werd beschouwd. De rechtbank had niet concreet aangegeven welke informatie haar tot dit oordeel bracht, terwijl de aangeleverde gegevens ook niet volledig waren.
Gezien het ontbreken van een kenbare inhoudelijke motivering en het feit dat uit de gegevens blijkt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, vernietigde de Raad van State het vonnis van de rechtbank. De zaak werd terugverwezen voor herbehandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
De proceskosten van het hoger beroep werden vastgesteld op €495, waarbij de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.