ECLI:NL:RVS:2017:352
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening huurtoeslag 2011 wegens ontbreken zelfstandige woonruimte
Appellant huurde in 2011 woonruimte en ontving voorschotten huurtoeslag. De Belastingdienst stelde de huurtoeslag definitief vast op €1.556, maar herzag dit later naar nihil en vorderde dit bedrag terug, omdat het inkomen van de ouders van appellant werd meegeteld vanwege inschrijving op hetzelfde adres en appellant niet kon aantonen dat hij een zelfstandige woonruimte bewoonde.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij een zelfstandige woning bewoonde. Appellant stelde in hoger beroep dat de Belastingdienst niet bevoegd was tot herziening omdat hij reeds had vermeld dat zijn ouders op hetzelfde adres woonden. De Raad van State overwoog dat de Belastingdienst op grond van de Awir bevoegd was de definitieve vaststelling te herzien bij gewijzigde inkomensgegevens.
Verder oordeelde de Raad dat de Belastingdienst ervan uit mag gaan dat op één GBA-adres één zelfstandige woning is gelegen en dat medebewoners op hetzelfde adres tot hetzelfde huishouden behoren, tenzij de aanvrager het tegendeel aantoont met bewijs van een zelfstandige woonruimte met eigen voorzieningen.
Appellant kon dit niet aannemelijk maken; zijn stelling over een verplaatsbare douchecabine werd niet ondersteund door bewijs en was tegenstrijdig met eerdere verklaringen en foto’s. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat appellant geen zelfstandige woonruimte bewoonde. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de huurtoeslag 2011 bevestigd.