ECLI:NL:RVS:2017:3477
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over bevoegdheid handhaving bij demping watergang buiten bestemming Bos
De zaak betreft een geschil over het dempen van een watergang die vanaf het perceel van appellant via het perceel van partij naar een plas liep. Appellant verzocht het college handhavend op te treden tegen het dempen van deze watergang, waarop het college aanvankelijk weigerde, maar later het besluit herzag en handhaving aankondigde. De rechtbank verklaarde het beroep van partij ontvankelijk en oordeelde dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden omdat de watergang buiten de bestemming 'Bos' lag.
Appellant stelde in hoger beroep dat het beroep van partij niet ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding en dat het college wel bevoegd was tot handhaving. De Afdeling oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat partij pas later op correcte wijze van het besluit op bezwaar op de hoogte was gesteld. Verder bevestigde de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat de watergang buiten de bestemming 'Bos' lag en dat het college daarom niet bevoegd was tot handhaving.
De Afdeling stelde vast dat er geen aanvullend kaartmateriaal was om de ligging van de watergang anders te beoordelen en dat het college zich neerlegde bij het oordeel van de rechtbank. De stelling van appellant dat nader onderzoek nodig was, werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het college niet bevoegd was tot handhaving.