ECLI:NL:RVS:2017:3442
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.D. van Heijningen
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring bestuursrechter inzake inzage jeugdige dossier
Appellante verzocht op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) inzage in haar eigen dossier en dat van haar zoon. De Jeugdwet werd gewijzigd met terugwerkende kracht, waardoor artikel 7.3.17 werd ingevoerd, dat bepaalt dat beslissingen van jeugdhulpverleners niet door de bestuursrechter maar door de burgerlijke rechter worden behandeld.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om het beroep van appellante in behandeling te nemen. Appellante stelde in hoger beroep dat de uithuisplaatsing van haar zoon en haar ontheffing uit het ouderlijk gezag onrechtmatig waren, maar het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellante voor rechtsbescherming de procedure bij de burgerlijke rechter moet volgen zoals voorgeschreven in artikel 46 van Pro de Wbp. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de onbevoegdverklaring van de bestuursrechter en verklaart het hoger beroep ongegrond.