ECLI:NL:RVS:2017:3434
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijdering leerling met syndroom van Down en toelaatbaarheidsverklaring speciaal onderwijs
De zaak betreft hoger beroepen van een ouder tegen uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland over een toelaatbaarheidsverklaring speciaal onderwijs en een verwijderingsbesluit van zijn zoon met het syndroom van Down van een reguliere basisschool. Het SWV gaf een toelaatbaarheidsverklaring af voor de periode 2015-2017. De school verwijderde de leerling wegens handelingsverlegenheid, omdat het verschil in onderwijsbehoefte tussen hem en zijn klasgenoten te groot was geworden.
De rechtbank oordeelde dat het SWV en de school terecht hebben gehandeld, waarbij het SWV voldoende deskundigen had geraadpleegd en de school niet meer kon voorzien in de onderwijsbehoefte van de leerling zonder onevenredige belasting. De ouder voerde onder meer aan dat de rechtbank onvoldoende had getoetst aan de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBHCZ) en dat de deskundigenadviezen gebrekkig waren.
De Raad van State stelt vast dat de rechtbank de WGBHCZ had moeten betrekken bij haar beoordeling, maar dat dit niet leidt tot vernietiging van de uitspraken omdat het SWV en de school geen verboden onderscheid hebben gemaakt. De Raad gaat mee in de oordelen over de deskundigen, het dossier, het handelingsplan en de handelingsverlegenheid. De hoger beroepen worden ongegrond verklaard en de uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De hoger beroepen worden ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.