ECLI:NL:RVS:2017:3370
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over handhaving zonder vergunning houten pand met overkapping
Het college van burgemeester en wethouders van Bladel heeft bij brief van 18 mei 2016 aan appellante een last onder dwangsom opgelegd om een zonder vergunning gebouwd houten pand met overkapping te verwijderen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 15 december 2016 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond op 4 oktober 2017.
Appellante stelde in hoger beroep dat het besluit van het college geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn, omdat een derde persoon geen belanghebbende zou zijn en dat de rechtbank ten onrechte deze persoon als partij had toegelaten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was handhavend op te treden op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en dat het besluit van 18 mei 2016 wel degelijk een besluit in de zin van de Awb is.
Verder oordeelde de Afdeling dat de deelname van de derde partij aan het geding niet van doorslaggevende betekenis was voor de uitspraak en dat de rechtbank het besluit ambtshalve moest toetsen. Ook werd overwogen dat het vermeende mandaatgebrek in het besluit van 6 december 2016 was hersteld. De overige gronden van appellante waren ingetrokken en konden niet opnieuw worden aangevoerd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.