ECLI:NL:RVS:2017:3304
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.C. Kranenburg
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering toepassing hardheidsclausule kosten Schadeschap Schiphol
De zaak betreft het hoger beroep van BARIN tegen de weigering van de staatssecretaris om een deel van de kosten van het Schadeschap Luchthaven Schiphol niet door te belasten aan de luchtvaartsector op grond van artikel 8a.38, achtste lid, van de Wet luchtvaart.
BARIN stelde dat ondoelmatigheden en stelselmatig onwetmatig handelen binnen het Schadeschap hebben geleid tot extra kosten die onterecht volledig aan de luchtvaartmaatschappijen zijn doorbelast. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat geen sprake was van economisch onverantwoorde gevolgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris een te beperkte maatstaf hanteerde bij de toepassing van de hardheidsclausule en onvoldoende onderzoek deed naar de omvang van de extra kosten door ondoelmatig functioneren van het Schadeschap. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt de minister opgedragen binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen met een onderbouwde inschatting van de extra kosten en advies van een onafhankelijke deskundige.
De Afdeling bepaalt tevens dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij haar en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten aan BARIN.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen met een onderbouwde inschatting van de extra kosten door ondoelmatig functioneren van het Schadeschap.